lijktmehelder.nl
19jan/113

Het onderzoek der pensioen – de kostenstructuur

Het fenomeen Beleggingsverzekering heeft voor mij inmiddels een nieuwe dimensie gekregen. Het is vooral een mooi product voor de verzekeraar, maar of ik er ook blij ga worden is de vraag. Mijn voorlopige conclusie; op basis van de huidige kostenstructuur is het beter mijn pensioencentjes in een oude sok te bewaren i.p.v. in het pensioenspaarvarken bij de verzekeraar. Jammer, dat de fiscus dat (nog) niet goed vind.

Op basis van een rekenvoorbeeld ga ik aantonen welke mega rendementen je moet maken om break even, dus zonder winst of verlies, uit te komen. Echter voor het zover is ga ik eerst de kostenstructuur uit de doeken doen. Stiekem hoop ik nog dat de verzekeraar me komt vertellen dat ik het allemaal verkeerd heb uitgerekend en verkeerd zie….

De kostenstructuur

De kostenstructuur voor een beleggingsverzekering is onduidelijk, omdat er op meerdere plekken kosten uit het potje wordt gehaald. Ondanks dat ik nu zicht begin te krijgen op de plekken waar geld onttrokken wordt, is me nog niet duidelijk waar ik dan precies voor betaal.

Laten we eerst de plekken waar het geld wordt onttrokken duidelijk maken:

image

Eenmalige kosten uit de jaarlijkse premies inleg
De eerste keer dat er geld onttrokken wordt is op het moment dat mijn werkgever de premie overmaakt aan de verzekeraar. Dit noem ik voor het gemak incidentele kosten, in de eerste 10 jaar van de looptijd wordt 17% als kosten ingehouden. Na die 10 jaar daalt dit naar 5%. Deze daling wordt veroorzaakt doordat de provisie die de intermediair ontvangt dan afbetaald is. De rest komt in mijn pensioenspaarvarken terecht.

Jaarlijkse kosten over totale omvang spaarvarken
De tweede plek waar kosten worden geheven is over de totale waarde van het spaarvarkentje. Dit zijn structurele kosten, jaarlijks wordt er 3,74% aan kosten ingehouden. In januari wordt voor het binnenkomende bedrag in het spaarvarken participaties gekocht in het door mij gekozen beleggingsfonds. In de loop van het jaar worden er participaties onttrokken om de kosten te dekken.

Eenmalige kosten bij elkaar aankoop van aandelen
De derde plek waar kosten worden geheven is bij het aankopen van de participatie. In de financiële bijsluiter is genoemd, dat er maximaal 5% van het aankoopbedrag aan commissie voor de aankopende bank wordt ingehouden. Zie onderstaande tekst:

image

Zijn we nog wakker? Voor de “jaarlijkse kosten over de totale omvang spaarvarken” betaal ik dus eerst commissie, om vervolgens de participaties af te geven om de kosten van mijn spaarvarken te dekken!

Jaarlijkse kosten voor het beheer van het beleggingsfonds
De vierde plek en tevens voorlopig laatste plek waar kosten worden ingehouden is in het beleggingsfonds zelf. Dit is redelijk onzichtbaar omdat dit binnen de resultatenrekening van het beleggingsfonds en onderliggende beleggingsfondsen gebeurt. De paraplu waar mijn beleggingsfonds in belegt ziet er als volgt uit:

image

Mijn pensioen wordt belegd in een ASR pensioenfonds, onderwater wordt er belegt in ASR Profielfonds I, dat het weer belegt in of BNP Paribas L1 of BNP Paribas Flexi I en die het geld weer onderbrengen in een van de daaronder genoemde sub fondsen. Elk fonds heeft zijn eigen kosten, om voor beleggers de kosten inzichtelijk te houden is het fenomeen Total Expention Rate verzonnen.

Morningstar.com geeft de volgende definitie:
De Totale Kostenratio (TKR of TER – Total Expense Ratio) is een maatstaf voor de kosten die een beleggingsfonds in rekening brengt aan zijn aandeelhouders. Anders dan wat uit de bewoording kan verwacht worden, omvat deze ratio niet alle kosten. Ondermeer transactiekosten worden namelijk niet mee in rekening gebracht. in de meeste gevallen bevat deze ratio ook de betaalde interesten niet. De Totale Kostenratio wordt berekend per fondsklasse over een periode van twaalf maanden.

Uit de financiële bijsluiter van ASR Profielfonds I blijkt dat de TER voor 2010 geprognotiseerd is op 1,36%. Daarnaast zijn er mogelijk nog extra intrestkosten en de kosten van de beleggingstransacties.
Op basis van de financiële bijsluiter mag het fonds 25% van zijn waarde aan leningen aangaan, met als gevolg extra interest kosten. Aangezien er in het fonds 12 miljard belegt is, is dit een potentiele kostenkost. Op de balans dd. 30/06/2010 is € 50.000 opgenomen aan de passiva zijde onder de post “bankschulden op zicht”, dit lijkt dus mee te vallen. De kosten van beleggingstransacties kan ik niet achterhalen.

De prognose

In het vorige gedeelte zijn de verschillende kosten uit de doeken gedaan. Deze percentages geven mij nog geen gevoel bij de kosten. Hiervoor het ik een voorbeeld gemaakt op basis van bovenstaande percentages.

Om het verhaal een beetje begrijpelijk te houden heb ik een aantal versimpelingen doorgevoerd:

1.Ik ga ervanuit dat de ingelegde premie constant is. In de praktijk is dit niet zo omdat de premie stijgt naar mate je ouder word. De kosten zijn procentueel, dus meer premie betekend een meer kosten.

2. De looptijd van de prognose beperk ik tot 10 jaar. Allereerst omdat een verandering van werkgever in de huidige arbeidsmarkt meestal wel gebeurt binnen de 10 jaar en er dan meestal een nieuwe polis volgt. Het voordeel dat dan de kosten bij inleg dalen heb je dan niet.

3. De rendementen op de beleggingen zijn constant en de kosten ook.

4. De interestkosten en de kosten van de beleggingstransacties van het beleggingsfonds laat ik buiten beschouwing omdat ik ze niet kan bepalen.


Het eerste scenario gelijkblijvende beurskoersen
In het eerste scenario ga ik uit van 10 jaar lang een inleg van € 2.200,-, waarbij ik de aanname doe dat de beurskoersen gelijk blijven. Hiermee sluiten we de winst van beleggingen uit, om daarmee de kosten inzichtelijk te maken.

image

Dit betekent dus nadat we in totaal € 22.000,- aan premie hebben ingelegd, we uiteindelijk € 13.164,86 overhouden.

Het tweede scenario stijgende beurskoersen met elk jaar 10%
In het tweede scenario ga ik er eveneens uit van een 10 jaar lang een inleg van € 2.200,-, maar daarbij laat ik de beurskoers jaarlijks 10% stijgen.

image

De keuze voor 10% heb ik gedaan om te laten zien dat je dan pas net break-even uitkomt. Er zit dan € 22.138,59 in het spaarpotje nadat er € 22.000 is ingelegd. De kans dat de beurs elk jaar 10% stijgt is natuurlijk niet reëel, maar wel nodig om de kosten terug te verdienen.

De bescherming van de overheid op risicovolle beleggingen lijkt me een beetje mosterd na de maaltijd. Om deze producten te laten werken moet je juist risico nemen, anders maak je een mega verlies. Vreemd toch, want ons pensioen is een uitgestelde loonbetaling bij het werk van nu. Die dus duidelijk niet alleen onderhevig aan risico’s zoals inflatie, beurskoersen e.d.

Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden naar de uitsplitsing van de kosten door mijn pensioenverzekeraar ASR… ik hoop dat hij snel komt!

Bronnen:

Financiele bijsluiter ASR Profielfonds I

Het halfjaarverslag van 2010 (met de resultatenrekening)

De berekeningen in Excel

Gearchiveerd onder: Pensioen
Laat een reactie achter
Reacties (3) Trackbacks (0)
  1. Met andere woorden: je kunt je pensioenpremie beter op een ordinaire spaarrekening zetten, tenzij je aan ALLE volgende voorwaarden voldoet:

    - je blijft langer dan 10 jaar bij je werkgever,
    - het _gemiddelde_ rendement van je beleggingsfonds ligt boven de 10%
    - EN de spaarrente is bijzonder laag (minder dan 1%)

  2. Dit slaat nergens op. In jou overzicht zie ik dat je jaarlijks 17% van de inleg als premie aan je adviseur betaalt, wat op zich al een belachelijke percentage is. Maar daarvoor zou je verwachten dat hij een antwoord kan geven op dit soort vragen. Maar helaas! Erg triest dat de verzekeraars na jaren kritiek het nog steeds verzuimen om inzicht te geven in de werkelijke kosten die zij in rekening brengen.

    Mijn vraag is: Wat zijn de alternatieven? Bestaat er een soort collectieve “non-profit” pensioenfonds/pensioenverzekeraar?

  3. @Bart, dat is waar, maar je zit met de fiscaliteit. Pensioen wordt nu onbelast in de polis gestort, als je loonbelasting over de pensioenpremie moet betalen wordt je (ja, echt) nog minder blij…
    Het pensioensysteem bestaat uit drie peilers (AOW, het pensioen waar we over praten en eventueel aanvullend pensioen). Het probleem met de tweede pijler is dat het een redelijk gesloten markt is vanwege die fiscaliteit. Ik kwam daar achter toen ik probeerde een offerte te krijgen van Brand New Day (van dezelfde mensen achter binckbank). Alleen kunnen zij alleen helpen met pijler 3, aanvullend omdat ze (nog) geen toestemming hebben om binnen peiler 2 te werken.

    @Farid, kleine correctie de adviseur ontvangt 12%, maar verder heb je gelijk. Ik ben geen pensioenadviseur en wil ook geen overhaaste conclusies trekken. Kortom, werderhoor is nu de volgende stap en met dat in de hand zullen we met de intermediair om tafel moeten lijkt me.
    Even googlen levert wel op dat de pensioenverzekeraars zelf ook tot de conclusie zijn gekomen dat er wat moet veranderen, check bijvoorbeeld het Zwisterleven Exculsief pensioen.


Laat een reactie achter


Nog geen trackbacks.